Ze staan bekend om hun erotiserende bevolking, die er een vrije sexuele moraal op na zou houden. Een fameuze bezoeker was de antropoloog en etnograaf Bronislaw Malinowski (1884-1942) die met zijn The Trobriand Islands (1915) en vooral The sexual life of savages (1929) pionierswerk verrichtte.
De meeste gegevens over de eilanden heb ik gelezen in Paul Theroux’s De Gelukkige Eilanden (1992), dat één van mijn favoriete reisboeken en naslagwerken is.

Hij kwam vanuit Port Moresby aan op het hoofdeiland Kiriwina. De weken die volgen zal hij met zijn kajak door de archipel (450km2) varen en ook enige kleine eilandjes bezoeken. De grotere eilanden zijn Kaileuna, Vakuta en Kitava. In totaal wonen er 12000 trobrainders.
De eerste europese bezoeker van de eilanden was het franse schip Esperance in 1793, het schip navigator Bruni d’Entrecasteaux noemde hen na zijn eerste luitenant, Denis de Trobriand. In 1894 kwam er de eerste kolonisten. Zendelingen en missionarissen die de heidenen wilden kerstenen, hetgeen gelukt is, maar wel met behoud van de tradities, zoals het Yamfeest. Op Kitiva snijden ze de dode in stukken, terwijl de weduwe onder het lijk ligt. Het bloed bespat haar kleren, die ze drie dagen draagt, terwijl de dorpsbewoners de botten reinigen en vervolgens in een aarden pot gaan.
De trobrianders zijn tuinders en vissers die in de traditionele nederzettingen wonen. De sociale structuur is gebaseerd op matrilineaire clans die de controle hebben over land en middelen. Zoetwater moet bij de bron op het eilandje Labi gehaald worden. Ze spreken een austronesische taal, maar ook wel engels.
De trobrianders gebruiken de yam, een belangrijke voedselbron van het eiland, waarvan de effecten anticonceptie zijn, zodat de vrije sex verklaarbaar is. Ze gebruiken de yam ook als betaalmiddel; er is geen geldeconomie. Het is een taboe om in het bijzijn van anderen te eten. Ze kauwen eindeloos op betelnoten, waardoor hun tanden altijd rood zijn.
Op zeven of acht jaar oud beginnen kinderen erotische spelletjes te spelen met elkaar en imiteren volwassen met verleidelijke houdingen. Vier of vijf jaar later streven ze naar sexuele relaties. Ze veranderen vaak van partners. Op Munawata zijn vrijgezellenhuisjes van de jongens, waar jonge knapen de meisjes ontvangen. Vrouwen zijn net zo assertief en dominant als mannen in het nastreven of weigeren van een geliefde.Dit is niet alleen toegestaan, maar wordt ook aangemoedigd.
Jongen en meisje brengen een tijd bij elkaar door. De ouders van het meisje moeten dat goedkeuren. Op de Trobriand-eilanden is er geen traditionele huwelijksceremonie. Een jonge vrouw blijft in het huis van haar minnaar en verlaat het voor zonsopgang. De man en vrouw gebruiken ‘s morgens het yam-eten van de moeder van de bruid. Dan is het huwelijk gesloten. Tijdens het Yamfeest mogen ze hun eigen gang gaan.
Als de relatie niet gelukkig is kan er gescheiden worden. Een getrouwd stel kan ook gaan scheiden als de man kiest voor een andere vrouw. En steeds spelen de yams een rol in de oude en nieuwe verbintenissen.
De buitenlanders die naar Kiriwina op het Yamfeest afkomen benaderen de meisjes om mwaki-mwaki te doen. Ze lichten hun rokjes op en laten hun achterwerk en schaamdelen zien. Daarna verkrachten ze.

Paul Theroux beschrijft de mensen en eilanden op een uiterst knappe en boeiende wijze. De Trobriand-kinderen vindt hij erg verwend; ze zijn lawaaierig en brutaal en worden zelden berispt. Ze plagen hem als dim-dim (buitenlander). Ze gaan niet graag naar school, maar zijn uiterst handig in het maken van dingen en ze houden van verhalen en hun tradities.
Met zijn kajak moet hij goede doorgangen in het omringende koraal vinden om op de diepblauwe zee naar eilandjes te varen. Zo naar Kitiva op acht kilometer buiten het rif. De eilanders leven van tuinbouw en visserij. Vanuit hoofdplaats Losuia en door de modderige baai vaart hij naar Kaileuna, dat vlak en groen opdoemt. Het strand is prachtig wit. En hij wordt begroet door twee vrouwen die. zoals alle eilanders, met ontbloot bovenlichaam lopen. Hij verblijft in het dorp Kaisiga, waar hij de levenswijze gadeslaat. De bewoners zijn vredelievend en gastvrij. En heel godsdienstig. Ze houden hun dorp keurig schoon.
Naar het langgerekte eilandje Tuma mag hij niet gaan. omdat daar de geest van de doden leeft.
Het liefst is hij op Kaileuna. Daar wordt het Yamfeest rustiger gevierd, omdat de eilanders adventisten zijn. Op het hoofdeiland gaat alles er wilder aan toe en moet Paul Theroux vluchten voor dreigende jongens.

Uiteindelijk concludeert Paul Theroux dat hij de eilanden minder idyllisch vind dan hij vooraf had beschouwd. De samenleving is doortrokken van magie, bijgeloof, mythen, gevaren, rivaliteiten en oude gewoonten. Ze lachen vreemdelingen uit en bedreigen ze. Er is een onderstroom aan geweld.